Gregoor

Gregoor zocht een zeer specifieke notitie over de hazenjacht en wist zeker dat hij nu het juiste notitieboekje in handen had. Ook al bleek niet veel later dat deze aanname onjuist was, op dit ogenblik overheerste bij hem vooral

OPLUCHTING

Eindelijk, eindelijk, eindelijk. 

De avond was al flink aan het vallen. Nog even en het dagdeel zou genadeloos met zijn bakkes op de Aarde botsen en dan zou Gregoor het licht aan moeten doen, iets dat hij liever niet deed. Hij verafschuwde kunstlicht. In Gregoors woning was het in de regel aardedonker van zonsondergang tot zonsopkomst en alleen voor zijn vaste prostituee stak hij weleens een lamp aan.

MAAR, MAAR, MAAR

Keek Gregoor dan geen tv zoals alle andere mensen in de straat? 

Nee. Gregoor keek geen tv. Gregoor had zelfs geen tv. Gregoor bezat ook geen computer, smartphone of apparatuur met oplichtende displays. Zoals gezegd verafschuwde hij kunstlicht en dat zei de auteur niet voor niets.

Gregoor bladerde door het notitieboekje en vond alweer niet wat hij zocht. Dit was al het duizendste notitieboekje dat hij uitploos en in het ergste geval had hij er nog duizend te gaan. De leek zal zich afvragen hoeveel aantekeningen een mens kan verzamelen over de hazenjacht, doch de kenner stelt andere vragen en dat is waarschijnlijk ook de reden dat hij of zij een kenner is. Kan een ieder zomaar een kenner van de hazenjacht worden? Dat hangt er maar net van af.

Gregoor wierp een blik op de sombere stapels notitieboekjes die her en der in de ruimte waren gebouwd en de moed zonk hem in de schoenen. Die hij niet droeg, maar dat blijkt zometeen.   

PLOTSKLAPS

En zeer onverwacht dwarrelde iets omlaag uit het notitieboekje. Dat iets belandde op het stukje tapijt tussen Gregoors blote voeten en bleef daar roerloos liggen. Het was niet de notitie waarnaar hij op zoek was en al zo lang naar op zoek was, maar een foto. Een f-ing polaroid om precies te zijn. 

Gregoor bukte, pakte de f-ing polaroid van de vloer, hield hem tussen duim en wijsvinger en leunde achterover in zijn stoel van gedroogd zeewier. Op de f-ing polaroid stonden twee knappe dames die het zo te zien naar hun zin hadden.

Wie waren dit?

Die blonde dame beviel hem en niet zo’n beetje ook. 

GOEDEMORGEN

De brunette vond hij ook interessant, maar zijn voorkeur ging nou eenmaal meer uit naar blond dan naar donker, al moet daarbij worden aangetekend dat Gregoor flexibel was als het ging om de haarkleur van een vrouw en de mate van aantrekking die dat uiterlijke aspect bij hem teweeg kon brengen. Je zou hem in dat opzicht een vuile opportunist kunnen noemen, maar je zou dat ook niet kunnen doen. 

Gregoor brak zich het hoofd. Hij had natuurlijk het een en ander uitgespookt in zijn leven en ook interacties met meer dan een dame tegelijk waren hem niet vreemd – overigens altijd alles keurig netjes, veilig, met wederzijds respect, vooraf cash afgerekend en ga zo maar door – maar wie deze twee olijkerds op deze f-ing polaroid waren, laat staan hoe deze f-ing polaroid zijn weg had gevonden naar de binnenkant van dit notitieboekje, het wilde hem niet te binnen schieten.

INEENS, ECHT INEENS

Werd het pikdonker. Gregoor besloot er een punt achter te zetten. Achter deze dag, niet achter zijn leven. 

Zo gezegd, zo gedaan. 

Op de tast vond Gregoor zijn weg naar de badkamer. Hij poetste zijn tanden, waste zijn gezicht en deed zittend een vette plas.

Donnerwetter, dacht hij. Dat lucht op.

Daarna liep hij zijn slaapkamer in. Daar kleedde Gregoor zich uit en liet zich in zijn bed vallen. Hij trok de deken over zich heen en sloot zijn ogen. 

Met de gedachte dat hij naast de blonde onbekende aan de toog van zijn stamkroeg zat, bier met haar dronk en haar ervan langs gaf met zijn kennis over de hazenjacht, viel Gregoor glimlachend in een diepe slaap.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *