Maandelijks archief: juni 2021

Bernd

Bernd nam zijn medicijnen al een poosje niet. Hij werd suf van die pillen en hij wilde niet langer versuft zijn. Hij wilde wakker zijn en het leven voelen tot in het diepst van zijn wezen, hoe diepzwart dat wezen bij tijd en wijle ook werd. 

Was dat teveel gevraagd? Bernd vond van niet.

In feite was Bernd een lieve man die alleen vliegen kwaad deed die hem iets hadden geflikt, maar omdat zijn ziekte zich nu ongefilterd kon manifesteren deed hij gekke dingen, dingen die niet gepland waren en die door een toevallige getuige als ‘nogal impulsief’ zouden kunnen worden bestempeld. 

Zo kon het gebeuren dat hij plotseling ‘De Fazant’ had gekaapt. 

‘De Fazant’ was de naam van een schip, niet van een restaurant of van een pluimveehouderij.

Strikt genomen betrof het geen kaping in zijn puurste betekenis. Bernd had op het moment dat hij met getrokken pistool aan boord van ‘De Fazant’ ging geen vastomlijnde plannen met de boot zelf en hij was niet uit op losgeld of iets dergelijks; van meer dan een gevalletje huisvredebreuk in combinatie met elementen van wederrechtelijke vrijheidsberoving was (nog) geen sprake. Nee, een kaping was toch iets anders. 

Voor de bemanning van ‘De Fazant’ maakte het weinig verschil van welk misdrijf of welke misdaad zij het slachtoffer waren. Totaal onverwacht was een politieman aan boord gekomen, die hen allemaal onder schot had genomen en niemand wist waarom, want Bernd was veel in zijn actuele staat, maar een uitlegger was hij niet. 

Ze waren zich een hoedje geschrokken, die brave zeelieden. De agent was koel, kalm en berekenend te werk gegaan, zijn instructies waren helder en voldoende dreigend geweest. Zonder een kans op verzet te plegen werden ze met zijn zevenen opgesloten in een voorraadruimte (a propos. zo’n ruimte heeft op een schip vast een bijzondere naam, maar ik houd het op voorraadruimte) die plaats bood aan hooguit zes mensen. De stellingkasten in de ruimte waren gevuld met ingeblikte levensmiddelen en geen van de gevangenen had iets bij zich waarmee een van deze blikken kon worden geopend. Op het moment had niemand honger, maar later kon dit een probleem worden. Over openen gesproken: de deur die de voorraadruimte scheidde van de rest van het schip was van Duits staal en van buitenaf vergrendeld. 

De stemming in de groep was niet opperbest. Geen van de bemanningsleden dacht aan een polonaise.

Nadat Bernd de bemanning had opgesloten, stak hij zijn pistool in zijn holster en kuierde hij door het schip. Hij wist dat hem nog iets te doen stond, maar wat dat iets was wist hij nog niet. Het wachten was op een ingeving en dat was niet per se goed nieuws voor bijvoorbeeld de opgesloten bemanning.

Bernd begon te snuffelen. Hij opende deuren, kasten, kastjes en deurtjes. Bernd stak zijn neus overal in. Alle ruimtes in het schip werkte hij systematisch af, maar het aha-moment bleef vooralsnog uit. In de keuken (kombuis) smeerde hij een boterhammetje met rosbief en at dat staande op. Daarna dronk hij een pak volle melk leeg, liet een paar boeren en stak een sigaret op. 

Met de sigaret tussen zijn vingers wandelde hij de kajuit in. Daar trof hij een beeldje van een hond aan, dat in een deurloze kast stond. Een cocker spaniel om precies te zijn. De hond, niet de kast.

Bernd was allergisch voor honden en van beeldjes van honden werd hij paranoïde, althans hij dacht dat het daardoor kwam. Het beeldje moest stuk, daar viel niet over te discussiëren, zelfs niet met een van de meer gematigde stemmen in zijn hoofd. 

En poem. Het beeldje van de hond was veranderd in heel veel kleine scherven.

Bernd raakte geïnspireerd door het patroon van scherven en scherfjes dat verspreid over de vloer van de kajuit lag. Hij voelde dat dit het moment was waarop hij had gewacht. Het was een kleine moeite om door te pakken en de boel kort en klein te slaan. 

Hij voegde de daad bij het woord.

Bernd raakte in een soort trance. Hij beeldde zich in dat hij een haai was die verder niets om handen had dan de hele dag verse vis te eten en andere haaien te zieken en te ontsnappen aan vissers die het op zijn vinnen hadden gemunt, de vuile klootzakken. 

Hij sloopte het interieur van de kajuit. Grondig, vakkundig en zonder enige terughoudendheid, alsof hij het eerder had gedaan. Alles ging stuk. Ook dingen die gemaakt leken voor de eeuwigheid moesten eraan geloven. Als het moest, en nu moest het, verstond Bernd de kunst van het extreem vernielzuchtig zijn.

Na een minuut of tien was Bernd uitgeraasd. Zoals wel vaker als hij in deze staat van zijn verkeerde, had hij ineens genoeg van waar hij mee bezig was. Een beetje wat Hulk ook heeft. Ineens is het klaar, is de afgronddiepe agressie weg en is het tijd om weer een klein mannetje te worden en kleren te vinden die niet kapotgescheurd zijn.

Tijd om af te ronden dus. 

Van wat boeken, tijdschriften en stukken hout bouwde hij een flinke stapel, ongeveer in het midden van de kajuit. Met zijn aansteker stak hij de stapel aan, keek even of het vuur goed om zich heen greep en ging van boord.

In de verte kwam lijn 16 aan. Bernd besloot de bus aan te houden en wat daarna moest gebeuren zou vast gebeuren.