Zlatan

Zlatan was met zijn ouders op vakantie.

Zijn jongere zus was uiteraard ook mee, zij heette Cerise en was tien.

Het gezin huurde een huisje op Sylt, een van de Waddeneilanden in de Duitse Bocht van de Noordzee.

Zlatan was vernoemd naar een beroemde voetballer, maar hij had zich nooit voor die sport geïnteresseerd, voor geen enkele sport in feite.

De jongen, veertien inmiddels, was waarschijnlijk een laatbloeier.

Ooit zou hij ergens goed in worden, op dit specifieke ogenblik was volkomen onduidelijk wat dat kon zijn.

Het was dag twee van de vakantie, het gezin was op excursie.

Met de fiets was het gezin op een plek beland, waar in een straal van minder dan honderd meter voor ongeveer 75% van het gezin iets te doen was.

Jacco, de vader, had een koffiebranderij gevonden die hem interessant leek om te bezoeken.

Jacco wist niets van Duitse koffie, maar daar zou vandaag verandering in komen.

Jetty, de moeder, had een kleine destilleerderij annex proeflokaal ontdekt.

Jetty was dol op alcohol en wist zeer weinig van Duitse drank, maar daar zou vandaag verandering in komen.

Cerise hield van boten en van tekenen. 

Toevallig was precies tussen de koffiebranderij en de destilleerderij annex proeflokaal een piepklein haventje waar scheepjes lagen te dobberen in het kalme water van de Noordzee en vanzelfsprekend had het meisje haar schetsblok meegenomen. 

Cerise wist dat haar toekomst in de kunsten lag.

En Zlatan?

Jetty en Jacco hadden hem gezegd dat hij in de buurt van zijn zusje moest blijven.

Dat deed hij zonder morren, hij was allang blij dat hij zelf niet hoefde te bedenken wat hij moest doen op dit deel van het eiland Sylt.

Cerise was op de houten steiger gaan zitten, haar benen bungelden vlak boven het water en haar schetsblok lag op haar schoot.

Zlatan liep doelloos door het gras langs het water aan de andere kant van het haventje, met een schuin oog hield hij zijn zusje in de gaten.

Alles was onder controle.

Bovenop een heuveltje stond een toren van gekleurde stenen, Zlatan vond het een gave toren.

De jongen liep om de heuvel heen, om te zien of het van de andere kant ook zo’n gave toren was.

Ja, concludeerde Zlatan. 

Vanaf de andere kant was het ook zo’n gave toren.

Om redenen die niemand wist, draaide hij zich ineens om en keek naar het water, dat op slechts enkele meters bij hem vandaan de oever bereikte.

Er dobberde een fles zijn kant op.

Dat was tamelijk onverwacht.

Normaal gesproken zou Zlatan zijn schouders hebben opgehaald over een dobberende fles, maar uitgerekend vandaag niet.

Zou hij bij de fles kunnen komen, als hij door zijn knieën ging en zijn arm uitstak, vroeg hij zich af.

Warempel.

Even later had hij de fles in zijn hand, hij zag dat in de fles een opgerold stuk papier zat.

Zlatan deed het zowat in zijn broek van opwinding.

Met veel moeite kreeg de jongen de kurk uit de fles, het opgerolde papier viel er uit en landde op het gras.

Hij bukte om het papier op te rapen, daarna rolde hij het papier uit en las wat erop getypt stond, in Times New Roman, puntgrootte twaalf. 

O jee, dacht Zlatan.

Hij vervloekte de avonturier in hem en wou dat die de fles nooit uit het water had gevist.

‘Mijn hemel’, zei Zlatan, ‘dit kan niet waar zijn.’

Hij keek naar Cerise, die nog steeds op dezelfde plek aan het schetsen was.

Ze had geen idee.

Zlatan kon zich niet voorstellen dat er een dag kon komen die erger was dan deze dag.

Hij scheurde het papier in kleine stukjes en at de stukjes op.

Daarna liep hij naar zijn zusje en ging naast haar op de steiger zitten.

‘Gaat het goed met je?’, vroeg Cerise. ‘Je ziet een beetje bleek.’

‘Het gaat prima’, loog Zlatan. ‘Laat eens zien wat je hebt geschetst.’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *