
Precies op het moment dat de pasta gaar was en aan de saus kon worden toegevoegd, ging de bel.
Paula was tot dat moment redelijk blij, maar werd chagrijnig.
Niet alleen omdat ze wilde eten, maar ook omdat ik haar Paula noemde.
Paula heette geen Paula.
Ik wist dat heus wel.
Maar goed, het probleem was daarmee niet de wereld uit, net als alle andere problemen.
De lijst is lang.
De lijst van alle problemen de wereld is lang, bedoel ik.
Een willekeurige greep:
Hongersnood.
Dierenleed.
Racisme.
Woekerwinsten.
Misstanden allerlei, waaronder loonkloven, vertragingen in het openbaar vervoer en intimidatie op werkvloeren.
En ga zo nog maar even door.
Paula was nog steeds chagrijnig.
Ze dacht:
‘Ammehoela.’
Ze draaide het gas uit, leegde de pan in het vergiet, deed de pasta bij de saus, roerde met een HOUTEN lepel de pasta en de saus door elkaar en liep toen pas naar de voordeur.
Ze dacht:
‘Dat zal de onaangekondigde leren om zomaar onaangekondigd bij een vrouw aan te bellen die Paula genoemd wordt en geen Paula heet.’
Toen ze bijna bij de deur was, bedacht ze dat ze voor het eind van het jaar van het gas af wilde zijn.
Opnieuw klonk het geluid van de deurbel.
Paula deed open.
Ineens stond ik voor haar neus.
We waren beiden verbaasd, maar probeerden niets te laten merken.
Voor de gelegenheid had ik een fles van het een of ander meegenomen.
Omdat het aardig is om niet met lege handen aan te komen, denk ik.
Welbeschouwd zegt dat heel veel over mij als persoon, maar ook over mij als mens en als gast, al zeg ik het zelf.
Paula vroeg of ik haar geen Paula wilde noemen.
Ze deed een stap opzij en liet me binnen.
Moest ik haar een zoen of een hand geven?
Ik deed beide niet.
Ik zei:
‘Is goed, Paula.’
Ik liep naar de keuken.
Achter me hoorde ik gemopper.
De geur van lekker eten kwam me tegemoet.
Eigenlijk was het andersom.
Ik liep naar de keuken en kwam zodoende steeds dichter bij de geurbron en dat was in dit geval de pastasaus met de pasta er doorheen die op een laag pitje stond te pruttelen.
Ik nam plaats aan het gezellige tafeltje in de hoek.
De fles maakte ik open.
Paula nam twee glazen uit het keukenkastje en zette ze voor me neer.
Blijkbaar was het prima dat ik er was, vonden we.
Ik deed de drank in de glazen en we namen een slok.
Heerlijke drank, al zeg ik het zelf.
Paula vond de drank ook lekker, hoewel het Paula weinig uitmaakt wat ze drinkt.
Wat dat betreft ben ik een stuk kritischer op wat ik consumeer dan Paula.
Zij is dan weer een stuk gastvriendelijker dan ik.
En ze kan een stuk lekkerder koken.
En ze weet veel meer van arbeidsrecht, sociale media, fiscale voordelen voor mensen in loondienst en kent gastgezinnen voor een ieder die een gastgezin goed kan gebruiken.
Om maar eens wat dingen te noemen.
We dronken nog een glas en spraken nergens in het bijzonder over.
Koetjes, kalfjes, eenden en biggen.
Paula schepte de pasta op de borden en ging tegenover me zitten.
We aten onze borden leeg en vulden ze opnieuw.
Paula vroeg me wat ik kwam doen.
Ik antwoordde naar waarheid dat ik geen idee had.